Misschien heb je al eerder gehoord van de Erasmus Plus subsidie, een groot Europees programma dat al jarenlang bestaat. Eerder nog onder namen als Comenius en Leonardo, sinds veertien jaar onder de vlag Erasmus plus. Het programma is enorm en bestaat uit meerdere ‘key actions’. In dit blog bespreek ik specifiek key action 1 (KA1), voor het primair- en voortgezet onderwijs.

Internationalisering bevorderen

Het doel van Erasmus Plus KA1 is internationalisering binnen Europa te bevorderen voor zowel het onderwijs als jongerenwerk, individuen en organisaties. Het ondersteunt de educatieve, professionele en persoonlijke ontwikkeling van deelnemers en draagt daarmee bij aan duurzame groei, werkgelegenheid, sociale cohesie en het versterken van de Europese identiteit. Deze subsidie zorgt ervoor dat mensen elkaar en elkaars cultuur echt leren kennen, waardoor er minder nationalisme is. Dat laatste is de afgelopen jaren flink toegenomen.

Persoonlijk ben ik een groot fan van Erasmus Plus. Ik heb jarenlang met plezier projecten opgezet, aangevraagd en uitgevoerd en heb uiteindelijk zelfs bij Erasmus Plus gewerkt. Wat me opvalt is dat deelname mensen in hun kracht zet en dat de betrokkenheid wereldwijd enorm toeneemt. Ik vind het één groot feest dus.

Erasmus plus Key Actions

Hoewel ik in dit blog alleen in ga op KA1 schets ik voor de duidelijkheid even het totaalbeeld want er zijn dus drie Key Actions. De eerste gaat over mobiliteitsprojecten waarbij onderwijsprofessionals, leerlingen en studenten, jongerenwerkers en leerders de volwasseneneducatie een kans krijgen om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen. In dit blog ga ik enkel in op het primair- en voortgezet onderwijs. Wil je iets weten over het mbo of volwassenonderwijs, stuur dan even een bericht via Linkedin of mijn website.

Key Action 2 gaat over internationale partnerschappen. Dit kan gaan om good practices en op het gebied van innovatie. Hierover volgen nog een blog en podcast binnenkort want ook hier heb ik zoveel toffe voorbeelden van!

Key Action 3 gaat over iets totaal anders namelijk innovatieve beleidsontwikkeling.

Mobiliteit onderwijsprofessionals

Terug naar KA1, die opgebroken wordt in twee stukken: de mobiliteit van onderwijsprofessionals en die van leerlingen.

Onder onderwijsprofessionals versta ik leerkrachten, ib’ers, docenten, zorgcoördinatoren, directieleden, onderwijsassistenten; iedereen die in jouw organisatie in het primair- of voortgezet onderwijs werkt. Mobiliteit voor deze groep houdt in dat ze nieuwe skills en vaardigheden opdoen door een van de volgende mogelijkheden:

  1. Lesgeven in het buitenland bij een partnerschool. Bijvoorbeeld in Italië, Duitsland of Oostenrijk. Het mooie hiervan is dat je leert samenwerken in een nieuw team met andere culturele waarden. Ook ontdek je wat de effecten van die culturele waarden zijn op jouw manier van lesgeven. Sluit die aan bij de manieren in dat land?
  2. Een cursus of training volgen. Dat kan van alles zijn, zolang het maar binnen de strategie van jouw school past. Je krijgt bijv. geen akkoord wanneer een docent Engels een cursus Spaans doet en er vervolgens in zijn werk niets mee doet. Besluit je dat hij bij terugkomst tweetalig onderwijs gaat geven of Spaanse les; dan is het een waardevolle investering. Mijn advies is om ook breder te denken dan talen alleen. Gamificatie of nieuwe leermethoden bijvoorbeeld. Kunsskapskolan organiseert inspiratiereizen naar Zweden. Tijdens zo’n reis bezoek je scholen die met het gepersonaliseerd leren model werken. Daar leer je natuurlijk veel meer van dan wanneer je er alleen over leest!
  3. Job shadowing. Je kunt met een buitenlandse collega meelopen. Dus stel je bent leerkracht in groep vijf, dan loop je mee met een leerkracht in groep vijf in -ik noem maar wat- Turkije. Stem van tevoren het leerdoel af en koppel dit aan de strategie van je school. Dit zorgt voor kwaliteit en een goede match tussen jou en de partnerschool.

Hoe dan?!

Misschien denk je na al het bovenstaande: hartstikke leuk, maar hoe dan? Neem gerust contact met mij op. Ik heb dit jarenlang gedaan en ken veel scholen in Europa. Wat je ook kunt doen is lid worden van Etwinning, een platform die door heel Europa wordt gebruikt. Je kunt hier berichten op posten en oproepjes doen. Vraag ook eens referenties bij collega-scholen in Nederland die al ervaring hebben met Erasmus Plus. Misschien kun je met hun partnerschool samenwerken. Je weet dan zeker dat het een goede school is, want dat is nog wel een ding. Niet alle scholen en cursussen zijn top. Erasmus Plus heeft een site, School Education Gateway, waar je cursussen kunt vinden en daar heb ik vaak naar verwezen. De kwaliteit verschilt echter nogal dus zoek dat goed uit.

De landen die vallen onder Erasmus Plus zijn alle 27 Europese lidstaten én IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Turkije, Noord-Macedonië, Servië en het Caribisch Nederland. Goed om te weten: een uitwisseling met een eiland van Caribisch Nederland is niet mogelijk omdat dit gebied valt onder ons eigen land.

Mobiliteit leerlingen

Als je als school al eerder Erasmus Plus hebt uitgevraagd ben je er vast bekend mee dat je voorheen kon uitwisselen in strategische partnerschappen. Dat is nu anders; je kunt ook zonder partnerschool mobiliteit van leerlingen aanvragen. Dit houdt in dat ze een korte periode in het buitenland naar school gaan. In voorgaande jaren moest hiervoor een project uitgeschreven worden. Dat hoeft dus ook niet meer. Je beschrijft het wel kort in de aanvraag maar dat is een stuk eenvoudiger geworden

Dit betekent het

Hoe een mobiliteit ook verloopt: leerlingen krijgen meer zelfvertrouwen. Ze moeten zich staande houden in een nader land. Slapen vaak bij andere leerlingen thuis en leren hun leven en cultuur kennen, evenals de taal, gedragscodes en mores. Dat doet wat met een kind, die gaat daardoor echt next level. Door alle jaren heen heb ik echt het verschil leren zien tussen kinderen die op mobiliteit zijn geweest en die dat niet hebben gedaan. Er ontstaan ook prachtige vriendschappen tijdens die reizen.

Wil je zo’n project doen dan ga je allereerst opzoek naar een school en spreekt af met welke klas je het doet. Zorg van tevoren dat je leerlingen hebt gematcht. Als je met leerlingen reist mag je er maximaal dertig meenemen. Ik werkte hiervoor altijd met een matchingformulier waarop leerlingen zichzelf voorstelden aan de hand van een foto, hobby’s, sport, dieetwensen, allergieën etc. Deze formulieren gingen naar de kinderen en hun ouders van de partnerscholen. Van tevoren besprak ik met de leerlingen een contract, die zij en hun ouders ondertekenden. In dit contract nam ik op wat er gedaan wordt als een leerling zich onverhoopt enorm misdraagt. Hoe ga je dat soort dingen fixen, wat zijn de financiële en praktische gevolgen? Een stuk duidelijkheid voor alle betrokken partijen.  

De aanvraag

Aanvragen kan tot 5 oktober 2021, ook voor de mobiliteit van onderwijsprofessionals. Bedenk jezelf de volgende zaken:

  1. Hoelang duurt het project en
  2. Heb je al een accreditatie.

Misschien is jouw school al ver in Erasmus Plus, dan heb je een accreditatie en hoef je alleen maar budget aan te vragen. De uitvoering van een project duurt minstens 6 maanden. Niet geaccrediteerde scholen mogen projecten aanvragen die tussen de zes tot achttien maanden duren.

Na de accreditatie ga je met elkaar zitten. Erasmus Plus gaat over langdurige impact, hoe ga jij die maken? Als dit jouw eerste project is adviseer ik: ga het gewoon doen. Die impact haal je wel want je tilt jouw organisatie next level. Ik zou me daar niet druk om maken. Onderzoek wel of je het geregeld krijgt met het aantal uren, of er leerlingen mee willen en of leerlingen en ouders gastgezin willen zijn. Ga eens bij een ervaren school langs om dit te bespreken of neem contact met mij op. Ik help je graag verder. Dat geldt ook voor de aanvraag zelf: dat is een vak opzich. Weet je niet waar je moet beginnen stuur me dan een berichtje. Ik kijk kosteloos met je mee en help je op weg. Anders word je er misschien niet vrolijk van en dat is zonde want de Erasmus Plus subsidie is super. Dus let’s go!